| |










|
|
   
Broedvogelinventarisatie.
De vogelwerkgroep Nederweert heeft vanaf 1994 jaarlijks
onderzoek gedaan naar het voorkomen van zeldzame en schaarse
broedvogels in Nederweert. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens een
gestandaardiseerde methode zoals die door SOVON ( Samenwerkende
Organisaties Vogel Onderzoek Nederland) wordt gehanteerd.
In Nederweert verzamelde gegevens kunnen daardoor vergeleken worden
met onderzoeksgebieden elders in Nederland. Door het gebruik van
één methode is het mogelijk opeenvolgende jaren met elkaar te
vergelijken en kunnen aantalontwikkelingen worden vastgesteld.
Telgebieden.
Nederweert wordt (m.u.v. de Groote Peel) vlakdekkend onderzocht.
In totaal wordt ruim 9000 ha. onderzocht, verdeeld over 21 telgebieden.
Telgebieden variëren in grootte van 70 ha. tot 750 ha. In de periode
maart/juni worden per telgebied 5 tot 8 ochtendbezoeken gebracht en
1 tot 3 avond/nachtbezoeken. Daarnaast worden een aantal soort-
specifieke
bezoeken gebracht.
Het onderzoek wordt door circa 25 waarnemers uitgevoerd.
Resultaten.
Door Nederweert jaarlijks te monitoren is een schat aan gedetailleerde
informatie beschikbaar en is veel bekend over de aantalontwikkeling
van de onderzochte soorten. Uit 13 jaar onderzoek blijkt dat de meeste
weidevogels het erg moeilijk hebben en bosvogels als Kleine Bonte Specht
en Boomklever flink in aantal zijn toegenomen. Daarnaast zijn er sterke
aanwijzingen dat Bruine Kiekendief, Draaihals, Watersnip en Paapje tot
de verdwenen broedvogels gaan behoren. Er hebben zich echter ook
nieuwe
soorten gevestigd zoals Grauwe Gans en Nijlgans.
Omdat de status en het voorkomen van veel soorten broedvogels goed
bekend
zijn, is het effect van bijvoorbeeld natuurontwikkeling,
veranderingen
in
bosbeheer, agrarisch grondgebruik, verstedelijking en
weersinvloed te meten.
Daarnaast zijn de onderzoeksresultaten belangrijk
voor het beleid van
gemeentelijke en provinciale overheden en terreinbeheerders.
|

|