   
De kerkuil is een prachtige nachtvogel die sinds enkele jaren qua aantal
weer terug is op het peil van
vóór 1963. In dat jaar werd Nederland
getroffen door een strenge winter met langdurige sneeuwval waarbij
veel kerkuilen door honger en uitputting het leven lieten.
Waarschijnlijk waren er nog maar een honderdtal kerkuilen in Nederland.
Ook was er steeds minder nestgelegenheid omdat kerktorens en molens
met gaasdraad (voor duiven!) ontoegankelijk werden gemaakt.
Vanaf dat moment moest er extra aandacht aan deze vogel worden
besteed.
De leden die actief zijn in de Kerkuilen-Werkgroep hebben in de loop der
jaren veel nestkasten geplaatst (eind 2008: 59 nestkasten).
Ieder jaar vanaf begin juni
wordt een avondbezoek gebracht aan de lokatie
waarbij de kast wordt
gecontroleerd.
De meeste kerkuilen hebben rond deze
tijd
al jongen en
dan is de kans op verstoring van het broedsel zeer klein.
Wanneer er
een broedgeval wordt aangetroffen kan in overleg met
de huiseigenaar
een afspraak worden gemaakt om de jonge uilen te laten
ringen door
een officiële ringer.
In het telgebied van de Kerkuilen-werkgroep worden ongeveer 15 kasten
in meer of mindere mate bezocht door kerkuilen.
Een aantal hiervan
levert jaarlijks een broedgeval op waarbij het aantal uitgevlogen jongen
afhankelijk is van het aanbod van prooien (muizen) in dat jaar. In een
'goed muizenjaar' kan een kerkuilpaartje zelfs twee broedsels groot
brengen. De resultaten van het broedseizoen worden provinciaal en
landelijk bijgehouden.
Mocht u in de buurt van Nederweert, Ospel, Leveroy, Schoor, Roeven
of Nederweert-Eind een waarneming hebben gedaan van kerkuilen dan
stellen wij het zeer op prijs als u dit aan ons doorgeeft.
|